Pagina's over ballet

Boekimpressies

Columns

Over Ballet

 
 
 

 

 

 

Leve de koning en de koningin!

Al jarenlang vertolken ze de grote karakterrollen in de sprookjes-balletten. Of het nu gaat om de grootmoeder en -vader in de Notenkraker, Lord en Lady Capulet in Romeo & Julia, Hilarion en Bathilde in Giselle en Von Rasposen in het Zwanenmeer of, zoals straks, de koning en de koningin in de Schone Slaapster. Steeds zetten ze personen neer die tot aan de laatste rij van het Muziektheater indruk maken. Hoe doen ze dat? We praten met Raimondo Fornoni en Jeanette Vondersaar.

Voor Jeanette liep het pad een jaar of twaalf geleden via de Lilac Fairy, Aurora en Carabosse naar de koninklijke rol in de Schone Slaapster. “Niet iedereen wil het doen”, zegt Jeanette, “maar ik vond het gewoon een leuk idee. Op die manier kon ik ook mijn danscarrière afbouwen en kon ik contact blijven houden met Het Nationale Ballet. Het is een andere kant van de dans. Ik had Aurora gedanst, ik weet daarom hoe ik op haar als koningin-moeder moet reageren. Je hebt, hoe zal ik het zeggen, ‘understanding’. Dat helpt weer om het verhaal te vertellen. En natuurlijk zijn het prachtige kostuums die je mag dragen!”.

Raimondo’s verhaal gaat verder terug. Hij kwam in 1979 bij Het Nationale Ballet als grand sujet en hoopte op een carrière als tweede solist. Na drie maanden trof hem een knieoperatie die een enorme nasleep gaf. “Stoppen met dansen betekende het land uit. Dat wilde ik niet. Ik zou aanvankelijk de rol van de vierde prins dansen in de Schone Slaapster toen Peter Wright me vroeg om de koning te doen.” Wright vond Fornoni hiervoor geknipt: hij had stijlzekerheid en er zou iemand staan, want hij had een sterke performance, was een toneelpersoonlijkheid. “Mopperend heb ik de prins ingeruild voor de koning…” en zo kwam het dat Raimondo op 2 juli 1981 voor de eerste keer de koning neerzette in de Schone Slaapster.

Balletacteurs

Er zijn tal van karakterrollen in de grote balletten en de meeste hebben Fornoni en Vondersaar inmiddels wel gespeeld. Gespeeld? Ja, want de rollen vormen een onmisbaar onderdeel van de loop van het verhaal. Raimondo: “Het is een speciale manier van acteren. Je moet een interpretatie geven van een karakter, maar de muziek wacht niet op je. Je krijgt de mise-en-scène, maar je moet er zelf invulling aan geven. Het moet geloofwaardig blijven, maar je moet het wel tot aan de derde rang brengen.”

Daarbij komt dat de hiërarchie in het balletgezelschap volkomen tegengesteld is aan de hiërarchie van het sprookjesballetverhaal. De meeste dansers kennen Fornoni en Vondersaar niet meer en zijn te jong om te realiseren dat de karakterrollen – de edelfiguranten – een belangrijk onderdeel vormen van het plot, de ontwikkeling van het verhaal.

Er is een spanning tussen de dansers en de niet-dansers in een ballet. De ‘edelfiguranten’ hebben in de ogen van de dansers weinig status. Vanuit de optiek van de danser is dat logisch, want als danser moet je je carrière in korte tijd neerzetten. Je hebt bovendien lang genoeg geknokt om zo ver te komen. Ze moeten je dansend blijven zien. “Het is wel eens jammer dat jongere dansers die houding hebben. Als oudere ooit-danser (inderdaad, ex-dansers bestaan niet!) zou je een voorbeeld kunnen zijn, zou je kunnen helpen, zou je steun kunnen bieden vanuit je figurantenrol”.

“Je moet je plaats nemen”, vervolgt Raimondo. “Maar je moet het ook weer niet te groot maken. Je moet aanwezig zijn met de juiste attitude en uitstraling. Op toneel ben je dienende. Soms is de rol belangrijker dan jezelf.” Vondersaar vult aan: “Je bent professional met de professionals, want het acteren heeft een eigen professionaliteit. Je hebt jouw verantwoordelijkheid voor het totaal. Edelfigurant vind ik daarom een mooie term.” Allebei hebben ze ook in dit onderdeel van de balletkunst een hoge standaard.

Zware rollen en kostuums

Al gaat het misschien steeds over de rol van een koning en koningin, toch heeft bijna elk figuur een andere stijl. Bijna genietend noemen Fornoni en Vondersaar de verschillende karakteristieken op. De Notenkraker is komisch. “Daar moet je mee uitkijken, want dat mag weer niet te karikaturaal worden.” “De moeder van Julia is teder”, zegt Jeanette, “maar vooral streng. Julia moet trouwen met Paris, want het geld is hard nodig. De verloedering van de familie ligt al op de loer.” “Ja”, gaat Raimondo verder, “de vader van Julia is strak. Gaat me prima af, want ik kom uit Bergamo, een dorp niet zo ver van Ve rona. Ik herken dat wel. De vader van Cinderella is een door het noodlot geteisterde ouwe man. De vader van Aurora is in de kracht van zijn leven, die kent geen twijfel. Dat zet je weer heel anders neer.”

De kostuums vormen een apart onderdeel van de job. Jeanette: “Het kostuum van de koningin in de Schone Slaapster weegt bijvoorbeeld ergens tussen de 20 en de 30 kilo. Het is in elk geval loodzwaar. Er zit zelfs een stukje hout in om het bij elkaar te houden. Als de mantel wordt omgedaan, moet ik altijd erg oppassen, want ik word helemaal naar achteren getrokken, zo zwaar is het. We hebben dan ook nog eens een pruik op! Reken maar dat we het warm hebben! Je zit tijden op het podium en niet echt gemakkelijk. Door het kostuum kun je alleen op het randje van je stoel zitten.” Raimondo vult aan: “Ik ben zelfs een keer van de hitte bijna van mijn stokje gegaan. Je zit maar en je zit maar… eerst ‘viel’ het geluid weg, daarna begon het te suizen en te draaien voor mijn ogen… ik ben toen even van het toneel verdwenen, want het geeft geen pas voor een koning om flauw te vallen.”

Speciale regie

Fornoni en Vondersaar hebben in de loop der jaren een niet te evenaren ervaring opgedaan met de karakterrollen van de grote balletten. “Het is jammer dat soms de tijd ontbreekt om bij reprises aan alle onderdelen van een ballet dezelfde zorg te besteden. Uiteraard is er veel aandacht voor de moeilijke dansrollen. Dat is natuurlijk nodig, maar de mise-en-scène bungelt er soms maar een beetje bij. Terwijl met een klein beetje extra die rollen allemaal zoveel geloofwaardiger zouden zijn. Het gaat tenslotte om ‘levend decor’, dat vraagt wat.” Fornoni en Vondersaar kijken elkaar aan. “Wij zouden in de toekomst graag de regie willen doen van die groepsscènes van figuranten, de mise-en-scène. Dat zou een kleine investering zijn die tot veel rendement zou leiden. We realiseren ons wel dat het moeilijke tijden zijn. We horen steeds dat er weer minder subsidie is. En dat terwijl Het Nationale Ballet ook de rol heeft van conservator van het klassieke ballet. Het is te hopen dat wij geen luxe worden die het ballet zich niet meer kan permitteren. Het zou jammer zijn als er voor ervaren, oudere dansers, geen rol meer is weggelegd.”

De koning en de koningin kibbelen…

“We hebben het altijd leuk”, zegt Jeanette, “al hebben we ook heel wat kleine ruzietjes. In de trant van ‘je moet dáár…’, ‘nee, dat is alweer veranderd…’, ‘niet, dat was vorige keer…’. “
Raimondo: “Er is een ding dat de koningin niet wil… ik mag niet met mijn voet op haar sleep staan, nooit. Ook al hoeft ze niet te lopen. Never, nooit.”

Tussen Raimondo en Jeanette werkt het op toneel. Al was het maar omdat ze allebei elke keer weer de rol met alle toewijding neerzetten. Raimondo: “Ook op onze leeftijd moet je elke keer weer auditie doen. Je moet de mensen verleiden. Er is geen routine. Het is een bijzonder stukje ambachtelijkheid.“

 

Yvonne Philippa

   

terug naar beginpagina